Belastingaspecten:


Aftrekbare kosten

Aftrekbare kosten in het eerste jaar
Hieronder staan de kosten die u in het jaar van aankoop kunt aftrekken bij uw belastingaangifte. Met name de kosten voor het verkrijgen van uw hypotheek zijn aftrekbaar.

  • Taxatiekosten in verband met het verkrijgen van de hypotheek.
  • Aanvraagkosten voor Nationale Hypotheek Garantie.
  • Notariskosten (inclusief BTW) voor het opmaken van de hypotheekakte.
  • Kadastrale rechten voor de hypotheekakte.
  • Afsluitprovisie voor uw hypotheek; maximaal 1,5% van het hypotheekbedrag of f 8.000,-.

Voor de fiscale aftrekbaarheid van de kosten is wel vereist dat u de hypotheek gebruikt voor aanschaf, verbetering of onderhoud van de eigen woning.
Bij aankoop van een nieuwbouwhuis zijn eveneens aftrekbaar in het eerste jaar:

  • de bouwrente en de grondrente die u betaalt over de periode ná het sluiten van de (voorlopige) koopovereenkomst

Jaarlijks aftrekbare kosten
De volgende hypotheekkosten zijn jaarlijks aftrekbaar

  • De hypotheekrente die u betaalt voor uw huis mag - in principe - jaarlijks worden afgetrokken voor de inkomstenbelasting. Bij een annuïteitenhypotheek lost u jaarlijks een gedeelte af, dus betaalt u jaarlijks steeds minder rente, en wordt de aftrek dus geleidelijk aan minder (uw hypotheekschuld daalt). Omdat de totale hypotheekschuld bij een aflossingsvrije hypotheek en een beleggingshypotheek gelijk blijft, blijft ook de rente en dus de renteaftrek gelijk.
  • De boeterente die u betaalt bij vervroegde aflossing van de geldlening.
  • Als de grond waarop uw huis staat niet van u is, betaalt u daarvoor huur, de erfpachtcanon. Regelmatige erfpachtbetalingen zijn aftrekbaar.

Terug naar boven


Niet aftrekbare kosten

Niet alle kosten die u voor uw huis maakt zijn fiscaal aftrekbaar.

  • De aflossing van de hypotheek
  • Spaarpremies en premies voor overlijdensverzekering
  • Erfpacht die u in een eenmalig bedrag heeft afgekocht
  • Taxatiekosten om een bod op het huis te kunnen uitbrengen
  • Kosten voor de koopovereenkomst van het huis
  • Notariskosten en kadastrale rechten voor de transportakte (de leveringsovereenkomst)
  • Overdrachtsbelasting (6% van de koopsom)

Bij een nieuwbouwhuis: de bouwrente en de grondrente die u betaalt over de periode vóór het sluiten van de (voorlopige) koopovereenkomst.

Terug naar boven


Huurwaardeforfait

De huur die u uitspaart omdat u in een eigen huis woont wordt door de fiscus gezien als inkomen. Over dit fictieve inkomen, het huurwaardeforfait, betaalt u inkomstenbelasting. De gemeente waarin u woont heeft uw huis getaxeerd voor de onroerendzaakbelasting (volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken). Voor de inkomstenbelasting wordt ook van deze WOZ-waarde uitgegaan. Soms met een verhoging (ophogingpercentage) omdat de laatste WOZ-taxatie te lang geleden heeft plaatsgevonden. In de brochure "De eigen woning" van de Belastingdienst staan de ophogingpercentages per gemeente. Voor huizen met een WOZ-waarde van meer dan f 150.000,- is het huurwaardeforfait 0,8 %. Het huurwaardeforfait bedraagt maximaal f 16.800,-. Stel dat u uw huis begin augustus koopt dan betaalt u huurwaardeforfait over vijf maanden (= 5/12 van het jaarbedrag).

Terug naar boven


Belastingplan 2001

Met de belastingherziening 2001 verandert het fiscale klimaat in Nederland. Hieronder hebben wij voor u als (toekomstig) huizenbezitter de belangrijkste wijzigingen op een rijtje gezet.

Algemeen: het boxenstelsel
Het huidige belastingstelsel gaat uit van één belastbaar inkomen. Dit belastbare inkomen bestaat uit alle inkomsten die u in een jaar geniet, dus uw loon of uitkering, rente, huurwaarde eigen woning enzovoort bij elkaar.

De nieuwe inkomstenbelastingwet kent niet één, maar drie belastbare inkomens. Deze inkomens zijn ondergebracht in drie boxen met elk een eigen tarief:

  • Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning (progressief tarief)
  • Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (vast tarief van 25%)
  • Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (vast tarief van 30%)

Elk inkomen is maar in één box belast, zodat er geen sprake kan zijn van dubbele belastingheffing. Als het inkomen in een box negatief is, kan dat niet worden verrekend met een positief inkomen in een andere box. Wel is binnen dezelfde box verrekening mogelijk met een positief inkomen van vorige of komende jaren.

Box 1: Belastbaar inkomen uit werk en woning
Vrijwel iedereen krijgt te maken met de belastingheffing in box 1. Hieronder valt namelijk ook het inkomen uit vroeger werk, zoals een pensioen, een AOW- of een WW-uitkering. Het belastbare inkomen uit werk en woning bestaat uit:

  • loon, pensioen, sociale uitkeringen enz
  • de eigen woning die hoofdverblijf is
  • resultaat uit overige werkzaamheden
  • winst uit onderneming
  • periodieke uitkeringen en verstrekkingen (bijvoorbeeld alimentatie)
  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld een teruggave van lijfrentepremies)

    verminderd met:

  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld lijfrentepremie)
  • uitgaven voor kinderopvang
  • persoonsgebonden aftrek
  • te verrekenen verliezen uit werk en woning

Het tarief in deze box is progressief. Dat wil zeggen dat de belastingdruk groter wordt als het inkomen stijgt. Het tariefvoorstel in box 1 ziet er als volgt uit:

Belastbaar inkomen uit werk en woning
Belasting percentage
Percentage incl. premie volksverzekeringen
Meer dan
Niet meer dan
.
Jonger dan 65 jaar
65 jaar en ouder
--
ƒ 31.652 of 14.363 euro
3%
32,55%
14,65%*
ƒ 31.652 of 14.363 euro
ƒ 58.381 of 26.492 euro
7,30%
36,85%
18,95%*
ƒ 58.381 of 26.492 euro
ƒ 99.460 of 45.133 euro
42%
42%
42%
ƒ 99.460 of 45.133 euro
--
52%
52%
52%

* gebaseerd op cijfers 1999

Box 2: Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
De meeste mensen zullen niet met de belastingheffing in box 2 te maken krijgen. Box 2 belast namelijk het inkomen uit aanmerkelijk belang, verminderd met de te verrekenen verliezen uit aanmerkelijk belang. Van een inkomen uit aanmerkelijk belang is onder meer sprake als iemand ten minste 5% van de aandelen van een BV of NV bezit. Het tarief in box 2 bedraagt 25%.

Box: 3: Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
Box 3 belast het inkomen uit sparen en beleggen. Een belangrijke verandering is dat het inkomen uit sparen en beleggen niet langer bestaat uit rente-, dividend- of huuropbrengsten. In het nieuwe stelsel wordt namelijk een vast rendement over uw vermogen vastgesteld van 4%. Dit rendement wordt vervolgens belast met een vast tarief van 30%. Dit wordt de 'vermogensrendementsheffing' genoemd. De betaalde rente en kosten zijn daarbij niet meer aftrekbaar.

Het belastbare inkomen van box 3, bedraagt dus 4% van de economische waarde van uw bezittingen verminderd met uw schulden. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde saldo in het jaar. De nieuwe vermogensrendementsheffing geldt onder meer voor onroerende zaken, aandelen, spaartegoeden en niet-vrijgestelde kapitaalverzekeringen. Het eigen huis dat uw hoofdverblijf is, valt niet onder deze heffing.

Een aantal bezittingen is vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing, onder andere kunst (tenzij dit hoofdzakelijk beleggingen zijn) en roerende zaken die voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt. Voor maatschappelijke beleggingen als groene beleggingen, vrijgestelde kapitaalverzekeringen en tante Agaath-leningen komt één generieke vrijstelling van maximaal ƒ 100.004 ( 45.380 euro ) per belastingplichtige. Dat betekent dat voor echtgenoten/partners een vrijstelling van ƒ 200.008 ( 90.760 euro ) geldt. Voor iedereen geldt een basisvrijstelling van ƒ 37.463 (17.000 euro ). Deze vrijstelling komt in de plaats van de rente- en dividendvrijstelling.

Waardestijging
Vooral door de enorm gestegen huizenprijzen krijgen onder het oude belastingstelsel steeds meer mensen te maken met de vermogensbelasting. Vanaf 2001 wordt de vermogensbelasting afgeschaft. Het huis en de hypotheek vallen in box 1 en tellen niet mee voor de vermogensrendementsheffing van box 3. Winst of verlies bij verkoop van de woning telt voor de belasting niet mee.

Hypotheek
Zoals hiervoor werd aangegeven, blijven rente en kosten van geldleningen in verband met de eigen woning onbeperkt aftrekbaar (indien bestemd voor aanschaf, onderhoud en verbetering van de eigen woning). Wordt de hypotheek ook voor andere doeleinden dan de eigen woning gebruikt, dan is vanaf 2001 de rente over dat deel van de hypotheek niet meer aftrekbaar. Het 'woondeel' valt namelijk in box 1 en het overige deel in box 3. Vanaf 2001 is de hypotheekrente gedurende een periode van maximaal 30 jaar aftrekbaar. Voor bestaande hypotheken begint deze periode pas te lopen vanaf 1 januari 2001.

Levensverzekering gekoppeld aan de hypotheek
De levensverzekering gekoppeld aan een hypotheek voor de eigen woning, valt in box 1 en is daar vrijgesteld van belasting, waarbij de aftrek is gemaximeerd tot 30 jaar (zie hypotheken). Alle overige vanaf 14 september 1999 gesloten kapitaalverzekeringen vallen in box 3. U betaalt dan tijdens de looptijd belasting over de opgebouwde waarde. De uitkering zelf wordt niet belast.

Premiedepot gekoppeld aan levenhypotheek
Voor de levensverzekering blijft het vereiste gelden dat de hoogste premie op jaarbasis niet meer mag bedragen dan tien maal de laagste. Om binnen deze fiscale grens maximaal premie te storten in de levensverzekering, wordt vaak bij het afsluiten van de hypotheek een bedrag aan eigen geld in een premiedepot gestort. Van daaruit regelt de verzekeraar automatisch de maximale premiestortingen. Het premiedepot wordt niet beschouwd als onderdeel van de hypotheek en valt daarom in box 3. Dat betekent dat zolang het premiedepot bestaat, u vanaf 2001 vermogensrendementsheffing (1,2%) betaalt over het daarin aanwezige saldo (tenzij het bedrag binnen de vrijstelling valt: zie bij 'box 3'). Na storting in de levensverzekering valt het geld in box 1 en betaalt u daar in principe geen belasting meer over. De rente die over het depot wordt vergoed, is onbelast.

Lenen voor andere doeleinden
De aftrek voor rente en kosten van geldleningen wordt bijna geheel geschrapt. Alleen voor de aanschaf, onderhoud en verbetering van de eigen woning (als hoofdverblijf) blijft onbeperkte aftrek bestaan. Voor alle andere (hypotheek)leningen die niet zijn aangegaan in verband met de eigen woning, is dus geen aftrek meer mogelijk. Dat geldt ook voor bestaande leningen(!). Een uitzondering geldt voor leningen die via de hypotheek zijn aangegaan vóór 1-1-1996. De Belastingdienst gaat er in principe vanuit dat deze altijd zijn aangegaan in verband met de eigen woning. Geld lenen voor andere doeleinden dan de eigen woning wordt door het wegvallen van de renteaftrek fors duurder. Zonder renteaftrek ontvangt u ook geen belastingteruggave meer. De netto rente is daardoor gelijk aan de bruto rente.

Terug naar boven